Hoe controleer je of een oppervlak waterpas is?
Leg je telefoon plat op het oppervlak met het scherm omhoog. Zorg dat het toestel niet over de rand steekt. Tik op Waterpas meten en wacht even tot de meting stabiel is.
De luchtbel beweegt naar de hoogste kant. Verschuift hij bijvoorbeeld naar links, dan is de linkerkant hoger. Verlaag dan de linkerkant of breng de rechterkant omhoog.
Het getal boven de bel toont de hoek van het oppervlak. Een meting tussen -0.2° en 0.2° geldt als waterpas. Het display kleurt groen en je telefoon trilt kort ter bevestiging.
Ter vergelijking: een hoek van 1° betekent een hoogteverschil van ongeveer 17 mm over een lengte van één meter.
Wat als de meting niet lijkt te kloppen?
Verwijder eerst je telefoonhoesje. Een dik hoesje of een uitstekende camerabult kan één hoek van het toestel optillen en de meting beïnvloeden.
Leg de telefoon vervolgens op een oppervlak waarvan je zeker weet dat het waterpas is en tik op Kalibreren. Dit slaat deze stand op als nulpunt voor alle meettools op de website. Tik op Resetten om de kalibratie te wissen.
Je kunt de meting ook controleren door je telefoon op dezelfde plek 180 graden te draaien. Je zou dan nagenoeg dezelfde waarde in tegengestelde richting moeten aflezen. Een miniem verschil kan door de sensor van het toestel komen.
Wil je in een andere richting meten? Probeer de Verticale waterpas of gebruik de Kruiswaterpas om beide richtingen tegelijk te controleren.